Frie wiefie

Vooroordelen zijn zo dom. En soms voel ik me zo dom, dat ik echt twijfel aan mijn IQ. Maar goed, gelukkig weet ik mezelf er meestal subtiel uit te redden. Dat scheelt. En dat getuigt misschien toch van enige intelligentie.

WifiZo was ik laatst aan het stofzuigen op de gang toen een man plots zijn hoofd uit kamer 311 stak. Type houthakkersblouse, licht grijzend haar, ongeschoren. Je kent ze wel. ‘Hedde gij hier un frie wiefie?’, vraagt hij met een schorre stem. Verstond ik dat nou goed? Of wij hier een vrij wijffie hebben? De onbeschoftheid. ‘Nee meneer, daar doen wij niet aan’, antwoord ik kortaf en ik ga stug door met mijn werk.

Achter me mompelt de man nog iets en dan hoor ik de deur dichtgaan. Wat denkt die man wel niet? Dat wij zomaar een gewillige, vrijdenkende vrouw voor hem kunnen regelen? Hij zou toch niet denken dat ik zoiets zou doen? Nou ja, zeg. Het idéé!

Licht verbouwereerd ga ik met de stofzuiger in mijn hand de trap af naar beneden. Als ik naar de receptie loop om geschokt mijn verhaal te doen bij mijn collega, zie ik de kleine standaard op de balie staan: ‘In dit hotel hebben wij free wifi. Wij geven u graag het wachtwoord’. Ik sla mijn hand voor mijn mond. O jee. Wat erg.

Mijn collega kijkt net op van haar werk en vraagt wat er aan de hand is, maar ik ren terug de trap op. Wat een blunder! Ik heb nota bene zelf de wifi van het hotel op mijn smartphone en ken het wachtwoord uit mijn hoofd! Hoe heb ik me zo kunnen vergissen.

Naarmate ik dichter bij kamer 311 kom, vraag ik me af hoe ik dit kan uitleggen. Zenuwachtig klop ik aan. ‘Ja?’, klinkt een harde mannenstem. Ik open de deur en loop naar binnen. De man ligt op het bed en kijkt naar de televisie, afstandsbediening in zijn hand. Ik kijk even achter me of we alleen zijn en zeg dan fluisterend: ‘Ik heb het voor u geregeld hoor, meneer.’

De man kijkt op. Ik loop naar de tafel, pak een blaadje en schrijf het wachtwoord op. Dan draai ik me om en kijk hem aan. ‘Hier staat het wachtwoord’, fluister ik. ‘Tegen niemand zeggen, hè?’, voeg ik er aan toe en ik geef hem een knipoog. De man schenkt me een dankbare glimlach.

Snel verlaat ik de kamer en doe alsof mijn neus bloedt. Ik en mijn grote mond.

Meer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.
Of like Het Kamermeisje op Facebook.