Ongeluk

Apart wat getallen met mensen kunnen doen. Over een paar dagen is het weer vrijdag de dertiende, de dag die sinds mensenheugenis bekend staat als ongeluksdag. Wist je dat er in veel gebouwen geen dertiende verdieping bestaat? De nummering gaat van 12 door naar 14. Ook kamer 13 ontbreekt vaak in hotels. Onzin, vind ik. Stom bijgeloof.

Ongeluk_13Hoe kan een getal nu voor ongeluk zorgen? Gelukkig zijn de hotelmanager en ik het daarover eens: ons hotel heeft gewoon een kamer 13. Meestal neem ik die voor mijn rekening omdat bijgelovige collega’s deze kamer liever mijden. Dat gaat zelf zo ver dat sommige met een boog langs de deur lopen. Soms kan ik het niet laten om ze een beetje te plagen. Met een schertsende stem zeg ik dat ik weer naar kamer 13 ga, lach als een gemene heks en trek er een monsterlijk gezicht bij.

Collega C kijkt me geschokt aan. ‘Daar moet je niet mee spotten’, zegt ze angstig. ‘Dat is de goden verzoeken.’ Ik kan niet anders dan glimlachen. ‘Meid, maak je niet zo druk. Dat gedoe met ongeluksgetallen is echt onzin.’ Om mijn punt kracht bij te zetten besluit ik het lot te tarten. Dan ziet ze met eigen ogen dat er niets geks gebeurt.

Ik zet een ladder tegen de deurpost van kamer, zodat ik er wel onderdoor móet lopen. Op mijn smartphone zoek ik een plaatje van een zwarte kat en uit de garderobe leen ik even een paraplu, die ik openklap terwijl ik naar kamer 13 loop. Ik haal wat zout uit de keuken en laat dat voor de deur op de grond vallen (stofzuigen moet toch nog gebeuren). Dan roep ik collega C erbij.

‘Kijk eens’, zeg ik, en ik wijs naar alle ongeluksbrengers. ‘Wedden dat er niets engs gebeurd?’ C kijkt me vol afgrijzen aan en slaat een hand voor haar mond. Ik zie de paniek in haar ogen terwijl ik buk om onder de ladder door te lopen en ga de beruchte kamer in. PANG! Opeens hoorde we glasgerinkel. De spiegel is spontaan gesprongen. Overal liggen scherven op de grond. Ik hoor C gillen en ik moet toegeven dat ik nu toch ook wel een beetje bang ben geworden.

Achterwaarts loop ik voorzichtig de kamer uit. C is weggerend. Trillend ga ik naar mijn baas en vraag of ze een nieuw bordje wil maken. Met kamernummer 12a. Ze kijkt me niet-begrijpend aan. ‘Ongeluk zit in een klein hoekje’, zeg ik terwijl ik enigszins verdoofd terugloop om de bende op te ruimen.

Meer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.
Of like Het Kamermeisje op Facebook.