Sint Maarten

Sint Maarten‘Sint-Maarten, Sint-Maarten
De koeien hebben staarten
De meisjes hebben rokjes aan
Daar komt Sint Martinus aan’

Ik hoor ze al van ver aankomen, de zingende kinderen. In het mandje op mijn schoot liggen steeds minder bonbons. Ik zet mijn heksenmuts goed en duik weg in de schaduw van de bomen. Zodra ze me passeren zet ik een enge stem op en spreek ze aan: ‘Zo, zo, helemaal alleen op pad, zo laat op de avond?’ Na de eerste schrik ontdekken ze de bonbons en schreeuwen enthousiast ‘chocolaatjes!’ Gulzig pakken ze er allemaal een. Een jongen met tovenaarscape is zelfs zo door het dolle heen dat hij de andere kinderen opzij duwt.

Als ze weg zijn, loop ik naar binnen om mijn voorraad aan te vullen. Mijn collega’s verklaren me voor gek dat ik het doe maar ik vind het nu eenmaal leuk om mee te doen aan de traditie van Sint Maarten. Het leuke is ook dat de kinderen niet verwachten dat er bij het hotel iets te halen is. Dat maakt het verrassingseffect des te groter. Ik doe het nu al jaren en iedere keer met veel plezier.

Twee groepjes later valt het me opeens op dat dezelfde jongen met tovenaarscape weer is aangesloten en er snel met twee bonbons vandoor gaat. Wat een gulzigaard.

Als hij een half uur later weer voor mijn neus staat, spreek hem er op aan. ‘Zeg ouwe heks, waar bemoei jij je mee?’, zegt hij brutaal. Ik sta perplex. Gelukkig bedenk ik snel een plannetje. ‘Jij houdt erg van chocola hè’, fluister ik hem toe. ‘Kom maar eens mee, dan heb ik een verrassing voor je.’ De jongen denkt er niet lang over na en volgt me naar binnen. Ik breng hem naar de voorraadkamer, waar nog twintig dozen bonbons staan. ‘Hier, val aan’, zeg ik. De jongen rent op de dozen af.

Dan zet ik mijn gemene heksenlachje op, doe ik het licht uit en sluit de deur. Hij gilt en begint direct jammerend op de deur te bonzen. Ik laat hem een paar seconden zweten en maak dan de deur open. Hij kijkt me angstig aan. ‘Luister, ik weet het goed gemaakt’, zeg ik. ‘Je mag nog één bonbon, maar je moet ‘m wel verdienen. De rest van de avond blijf je bij mij om bonbons uit te delen aan de kinderen. Daarna mag je een bonbon uitkiezen.’

De jongen gaat schoorvoetend akkoord. Na twee groepjes zie ik dat hij er plezier in begint te krijgen om uit te delen. Bij de laatste groepen speelt hij zelfs mee als tovenaar en de lol spat ervan af. Ik bedank hem met een ferme handdruk en druk hem twee bonbons toe. ‘Bedankt’, zegt hij zachtjes. ‘Hou ze maar. Het is veel leuker om te geven. Doei!’ Hij draait zich om en huppelt naar huis. Ik stop de chocolaatjes in mijn mond. Goh, wat zijn ze lekker.

NikkiMeer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.
Of like Het Kamermeisje op Facebook.