Soulmates

Fluitend kom ik de gang oplopen met een stapel handdoeken. Ik schrik. Naast kamer 306 zit een jongen op de grond, niet veel ouder dan ik. Rug tegen de muur, hoofd gebogen. Onbeweeglijk. Slaapt hij? Is hij dronken? Behoedzaam loop ik dichterbij. Hij kijkt niet op of om. Hij zal toch nog wel leven?

Kamer 306Als ik naast hem sta, zie ik dat hij nog ademt. Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. ‘Hallo?’, probeer ik zachtjes terwijl ik iets voorover buig in een poging zijn gezicht te zien. ‘Hoi’, hoor ik zachtjes. ‘Kan ik je misschien helpen?’, vraag ik. ‘Nee hoor’, fluistert hij. ‘Dankje.’

Tja. Wat moet ik nu met deze situatie? ‘Mag ik vragen waarom je hier op de grond zit?’ Even ben ik bang dat hij plots zal opspringen en me als een psychopaat bij mijn nek grijpt. Het blijft echter stil, tot hij diep zucht en zijn gezicht verbergt in zijn handen. Begint hij nu te huilen?

Ik besluit een glaasje water voor hem te halen. Als ik terugkom, is de situatie onveranderd. ‘Hier, wat water’, zeg ik, en reik hem het bekertje aan. Geen reactie. Na korte twijfel ga ik naast hem zitten. ‘Wil je wat water?’, vraag ik zacht en houd het bekertje vlak bij zijn hand. Onverwachts kijkt hij opeens op en ik kijk in een paar diepbruine ogen. Het moment lijkt eeuwig te duren. ‘Bedankt’, zegt hij dan. Hij pakt het bekertje aan en neemt een slok. ‘Wat is er aan de hand?’, durf ik nu te vragen.

Hij zucht. ‘Ik had hier afgesproken met mijn vriendin en ze is niet komen opdagen. Ik kreeg alleen een berichtje dat ze het uitmaakt, ze heeft een ander.’ Hij zwijgt. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Hij geeft me het bekertje. ‘Hier, neem een slok.’ Ik drink uit de beker van een vreemde, maar het voelt goed. We zitten een tijdje zwijgend naast elkaar. Ik denk aan het meisje, aan hem en aan wat er precies is gebeurd.

Plots merk ik dat ik zijn hand vastpak. Hij voelt warm. Zacht. Hij houdt mijn hand stevig vast. Zo zitten we daar, hand in hand op de grond. Om de een of andere reden voelt de verbondenheid tussen ons enorm groot, terwijl we elkaar absoluut niet kennen. Hij vertelt me over zijn vriendin en hun relatie. Hoe lang ze samen waren, dat haar besluit hem totaal heeft overvallen. Dan zwijgen we weer.

Dan staat hij op en opeens kijk ik tegen een paar benen aan. Ik richt mijn blik omhoog naar zijn gezicht. Hij glimlacht alweer. ‘Dag, lief kamermeisje’, zegt hij met een rauwe stem. ‘Bedankt dat je naar me luisterde. Ik ga weer verder met leven. Bel me anders een keer.’ Hij geeft me zijn kaartje en loopt met rustige passen door de gang, de hoek om.

Ik ben even helemaal stil. Glimlachend stop ik zijn kaartje weg. Wie weet. Ooit.

Meer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.
Of like Het Kamermeisje op Facebook.