Stoptober

‘Het is stoptober!’, schreeuwt de man. Zijn gezicht is rood aangelopen, zijn ogen vurig. Hij lijkt de hele nacht niet te hebben geslapen. Brullend gooit hij een rol wc-papier onze kant op en we duiken weg achter de schoonmaakkar. ‘Wat mankeert die man?’, vraagt een collega die er gebukt bij komt staan. Ik leg haar uit dat de man probeert te stoppen met roken maar dat het niet echt lukt. Met een schreeuw werpt hij de afstandsbediening door de gang.

StoptoberNu ben ik het zat. Ik sta op en loop zijn kant op. Hij lijkt in de war door mijn actie en blijft verbaasd stilstaan. ‘Luister meneer’, zeg ik kordaat. ‘Ik begrijp dat u het moeilijk vindt, maar dit gedrag kunnen we niet tolereren.’ De man kijkt me sprakeloos aan. Zijn mond lijkt open te vallen en dan zakt hij huilend ineen.

Ik neem hem mee de kamer in en zet hem op bed. Snikkend als een klein kind vertelt hij hoe hij al maanden, nee járen probeert te stoppen met roken maar dat het hem maar niet lukt. Zijn vrouw heeft hem nu het huis uitgezet omdat ze helemaal klaar is met zijn sigarettenverslaving. Hij heeft een maand de tijd om definitief te stoppen, anders hoeft hij niet meer thuis te komen.

Dat probeert hij nu dus, verblijvend in ons hotel. Maar hij mist huis, haard en vrouw en grijpt van ellende iedere keer weer naar een peuk. In een vlaag van verstandsverbijstering neem ik een onverstandig besluit: ik zeg dat ik hem ga helpen en geef hem mijn 06-nummer. Als hij zin krijgt in een sigaret moet hij me bellen. Ik beloof dat ik er dan voor zal zorgen dat hij niet gaat roken.

In de dagen erna belt hij me steeds minder vaak. Twee keer ga ik langs om een potje te kaarten, als afleiding. We maken enorm veel lol en stiekem vind ik het eigenlijk best gezellig. De volgende ochtend stuurt hij me een berichtje dat hij de sigaret niet eens heeft gemist. Hij was er simpelweg niet mee bezig. Een paar weken later gaat hij naar huis. We houden contact en hij laat weten dat hij nooit meer een sigaret heeft opgestoken.

Laatst was hij weer in ons hotel, samen met zijn vrouw. Dolgelukkig. Hij wilde haar laten zien wie hem had geholpen in de moeilijke tijd. Ze schudt me dankbaar de hand. ‘Dankjewel, dankjewel’, zegt ze lachend. ‘Je hebt ons huwelijk gered.’ Een collega – die net twee weken geleden is begonnen – komt langslopen en kijkt me geschokt aan. De man ziet het en hij ontsteekt in een lachkick die zeker minutenlang aanhoudt.

NikkiMeer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.
Of like Het Kamermeisje op Facebook.