Writers block

‘GA WEG, LAAT ME MET RUST!’ Geschrokken trek ik de deur van kamer 212 dicht. ‘Let maar niet op hem’, zegt mijn collega glimlachend. ‘Hij is al drie dagen zo.’ Ze loopt met een stapel handdoeken verder door de gang en verdwijnt in de laatste kamer.

Ik ga door naar de volgende kamer. Als ik later tijdens mijn pauze met twee collega’s koffie sta te drinken in de keuken, komt onze baas langs. Ik besluit het haar toch te vragen. ‘Wie is die man in kamer 212?’, vraag ik terwijl ik meeloop naar het magazijn. ‘Het schijnt een schrijver te zijn. Hij trekt zich om de zoveel tijd terug in een hotel om een boek af te ronden.’

‘Nou, dat lukt dan nog niet erg’, zeg ik zacht. ‘Morgen moeten we die kamer echt schoonmaken’, vervolgt mijn baas. ‘Dit duurt nu al drie dagen en dat kan echt niet.’ Ze loopt door naar de receptie. Ik drink in een slok mijn kop koffie leeg. Morgen heb ik dienst. Bij kamer 212.

De volgende dag begin ik met de beruchte kamer. Je kunt het maar gehad hebben. Als ik klop, hoor ik niets. Voorzichtig open ik de deur. De man zit aan het bureau. Laptop opengeklapt, handen in zijn verwilderde haar. Overal liggen papieren. Langzaam kijkt hij op en ik kijk in rooddoorlopen ogen. ‘Ik ben het kwijt’, zegt hij verdrietig.

‘Sorry meneer, ik moet deze kamer vandaag echt schoonmaken’, zeg ik resoluut. Geen reactie. ‘Let niet op mij, ik ben zo weer weg.’ Snel verschoon ik het bed en poets de badkamer. Als ik naar het raam wil lopen om de gordijnen open te doen, stoot ik per ongeluk een stapel papieren om. De grond is bezaaid met losse velletjes. Hij heeft het niet meteen door en ik probeer ze snel te verzamelen.

Dan ziet hij wat er is gebeurd. Ik heb alle papieren inmiddels op een nieuwe stapel in mijn handen. Woedend komt hij overeind en pakt de stapel met een wilde ruk van me aan. ‘Sorry’, zeg ik beschaamd, maar hij blijft vloeken en tieren. ‘Kijk nu wat je doet!’ Gevolgd door een hoop scheldwoorden. Ik geloof dat ik maar beter kan gaan.

Waarom moest ík deze kamer doen, denk ik mopperend terwijl ik snel doorwerk. Je zult zien dat hij door mij nog langer bezig is met zijn boek… In gedachten zie ik hoe hij een klacht indient bij de receptie en ik vrees een berisping van mijn baas.

Als ik twee dagen later weer aan het werk wil gaan, roept de eigenaresse me inderdaad bij zich. Schuldbewust kijk ik naar de grond. ‘Ik weet niet wat je precies in kamer 212 hebt gedaan, maar die man is gisteren helemaal gelukkig vertrokken. Hij heeft een berichtje voor je achtergelaten. Hier.’ Ze geeft me een envelop. Verbaasd kijk ik wat er op het kaartje staat.

‘Lief kamermeisje, ik wil je bedanken. De volgorde van mijn verhaal klopte niet en ik kwam er niet uit. Nadat jij alles flink hebt omgegooid, was het perfect! Veel dank.’

Meer lezen van Kamermeisje Nikki?
Volg @HetKamermeisje op Twitter.

Of like Het Kamermeisje op Facebook.